FRIE J. JACOBS

Text

© Frie J. Jacobs, 

all rights reserved

De gebrande verstilling in het werk
van Frie J. Jacobs

Net zoals de natuur zich ieder jaar en elk seizoen vernieuwt, zo vindt kunstenaar Frie J.Jacobs zichzelf telkens opnieuw uit. Deze kenschets van de kunstige duizendpoot tref ik ergens op internet aan. Ik zet een zoekmachine op zijn naam. Ik ontving namelijk op mijn verzoek van hem een boek om te beschouwen: Stiltenisse. Zijn kunst spreekt mij aan. Maar hem ken ik niet. Nu is het niet echt belangrijk om de mens achter de kunst te kennen, want het werk heeft genoeg kracht om autonoom zichzelf uit te leggen. Het verhaal achter de kunst is over het algemeen ballast, die een inleving en de beleving in de weg kunnen staan.

Toch wilde ik graag de mens kennen. Ook al omdat hij een onorthodoxe manier van werken heeft. Hoe komen zijn werken tot stand. Wat is het mysterie. Ook dat behoef je niet te weten om de kunst op waarde te beschouwen. Je hoeft de lagen niet te ontrafelen om het resultaat te doorgronden. Toch wekte het mijn interesse.

‍ 

In zijn kunst herken ik een overeenkomst met die andere Belgische kunstenaar, namelijk Yves Beaumont. Ook hij laat door het landschap een meditatieve stilte zinderen in de dromerige atmosfeer. Eens schreef ik over zijn werk: “Door de ogen toe te knijpen om het beeld te bevatten wordt die stemming tot realiteit. Sluit je de blik af dan blijft het beeld naklinken achter de oogleden. De indruk blijft op het netvlies staan, omdat de schildering eenvoud is en daardoor onder de aandacht blijft. Na de eerste scheppingsdag waart er rust over de wateren, zweeft de geest naar de einder.” Bijna kan ik deze woorden één op één leggen op het werk van Jacobs, want ik merk die sfeer in het mij van hem voorliggende werk. Maar Jacobs gaat verder. Hij blijft niet hangen in het landschap, maar stijgt boven de atmosfeer uit.

Zijn website geeft aan dat hij een interdisciplinair kunstenaar is. Hij schildert, tekent, maakt driedimensionale en digitale werken, in-situ interventies, visuele partituren, handgemaakte kunstenaarsboeken en soundscapes voor video’s. Daarvoor gebruikt hij vrijwel alles wat in de natuur voorkomt en aan hem voorhanden is. Maar werkt ook met de traditionele schildermaterie acryl en olieverf. En bedient zich daarnaast van fotografie en video. Hij is kortom van veel (kunst)markten thuis.

‍ 

Frie Jacobs werkt dus in verschillende disciplines met materialen rechtstreeks uit de natuur. Hij gebruikt zaden van planten en bomen. Hij gebruikt hars en bijenwas, gedroogde bloemen. Hij ontwikkelt daar nieuwe beeldtechnieken van om er onder meer beeldpoëzie of eigenlijk muzikale kunst mee te maken. Op niet aangegeven notenbalken legt hij zaden en takjes uit en maakt aldus een partituur voor even welk instrument. Een etude, een suite of een symfonie. Het klinkt mij als muziek in de ogen. De composities zetten zich op tussen de regels door. Ook wel verwaaien de noten als tonen in de wind. Of branden de maten zich aan tertsen en in vierkwarten. Het is een dartel geheel zonder mollen, met enkel kruisen. Een poëtische vertelling in beeld. Een dans van kersensap. Geroeste regendruppels. Jacobs wendt iedere bruikbare materie aan om kunst te maken.

Doctor in de musicologie en artistiek coördinator Jelle Dierickx heeft zich door de kunstzinnige muzieknotaties van Jacobs laten inspireren tot een poëtische sculptuur met dichterlijke vrijheid. Rond oude dansen heeft hij zijn interpretatie van de visuele muziek opgebouwd. In de ‘Suite voor Vuur, Wind en Houtskool’ bezingt hij de aanschouwelijke bladmuziek. Zijn gedicht is opgenomen in het boek ‘Stiltenisse’. Het voorwoord op de beeltenissen is geschreven door dichter/schrijver Inge Braeckman. Zij leidt mij naar de diepere betekenissen van de navolgende composities in een verhelderend essay.

‍ 

Verstild raken de composities gemaakt met vuur en wind, maar ook wel met houtskool op doek. Zelden gebruikt een kunstenaar zo bewust natuurlijke elementen om kunstwerken te maken. Ook hanteert Jacobs nog de andere grondstoffen, aarde en water, om het kwartet compleet te maken in zijn hogere kunst en diepzinnig spel. Ik stel me zo voor dat wanneer de vlammen zich over het doek bewegen Jacobs er met zijn adem een lichte bries door laat gaan. Zodat het vuur oplaait en zich daarna weer neer geeft. Niet zo'n harde wind dat het vuur dooft, maar een zachte ademtocht die de vlam over de compositie stuurt. De wereldse bouwsteen tekent een landschappelijke figuratie. Want dat is wat ik zie, een gedacht landschap. Op de aarde, maar ook in de hemel daarboven. Veel en vaak loopt Jacobs als het ware met zijn hoofd in de wolken om de hemelse sfeer te raken.

Vooral wanneer hij dat landschappelijke beeld loslaat en er bovenuit stijgt. Door de wolken zweeft, het hier en nu verlaat, beweegt de emotie met hem mee. Hij ruikt de wolken, maar kan de ijle lucht niet vasthouden. De wind blaast hem verhalen in. Hij zoekt het licht en vindt de schaduw. De composities zijn rustgevend, welhaast meditatief. Bij een muziekcompositie sluit je de ogen om de glans ervan te ervaren. Dit werkt hier net andersom, want met de ogen dicht kun je het werk niet ondervinden. Maar toch, sluit je ze wel, dan echoot het werk achter de oogleden en weerklinkt in gedachten. Het beeld etst zich op het gezichtsveld, nadat je de ogen de kost hebt gegeven. Het beeld verandert niet, want het is al een gedachte, het is al een schim van wat het in werkelijkheid is.

‍ 

Naast deze sfeerbeelden laat Frie J. Jacobs in zijn boek “Stiltenisse” mij ook nog de techniek van druipend vuur en het werken met maanzaad op papier zien. Het laatste is een statisch geheel, een stilstaand beeld, terwijl het eerste volop in beweging is, even dynamisch als het beeldmerk van de muzikale poëzie. Een subtiele uitwerking in natuurlijke materialen. Van zijn andere disciplines vind ik in het boek niets terug, maar deze reproducties zeggen mij al genoeg over hoe Jacobs in het leven en de kunst staat. Op zijn website ontdek ik meer, dit platform leent zich beter voor bijvoorbeeld video. In de fotografie zie ik eenzelfde zoektocht naar het mysterie tussen hemel en aarde, licht en schaduw, ijle lucht en adembenemende nevel. Ook lees ik zijn poëzie, die een nadere beschouwing verdient.

‍ 

Stiltenisse. Een niet bestaand woord, dacht ik. Misschien geplukt uit de mooie taal van onze zuiderburen, vanuit het Nederlandse taalgebied gezien. Een stilte die beleeft wordt in afzondering, de heremiet in zijn cel, zijn nis. Kijkt uit over de velden, richt zijn blik op de hemel en gaat meditatief in gebed. Maar niets daarvan. Het woord vindt ik terug in de “Kleine filosofie van de Stilte” van de Vlaamse cultuurfilosoof Antoon van den Braembussche. Hij schrijft: “Er waren ooit in het Nederlands prachtige woorden voor stilte die verloren zijn gegaan. Een woord als stiltenisse bijvoorbeeld, dat een herinnering oproept aan beeltenis, vroeger ook beeltenisse genoemd. De stilte verschijnt hier als een beeld, een sculptuur, de stilte van het onverhulde, dat tegelijk aanwezig en onzichtbaar is.” Die sfeer die ik las in één van Van den Braembussche’s boek ‘Tekens van het onzichtbare’ merk ik op in het werk van Frie Jacobs. Eenzelfde diepe gedachte. Een overpeinzing van het leven om deze filosofisch te benaderen. De beelden van ‘Stiltenisse’ zijn bedachtzaam. Kalm en wijs.

Stiltenisse. Frie J. Jacobs. Uitgave Foundation F, 2022

Uit: KUNST-stukjes, Jurjen K. VanderHoek

Kunstletters, January 2021

H ART #127, 5 June 2014

Lapiz, review by David Ulrichs, October 2005

GvA, review by Filip Marsboom, May 1994

Het Laatste Nieuws, review by Bo Mandeville, July 1992

   

^